ECLI:NL:HR:2011:BP3876
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank wegens niet-horen belanghebbende in verzet tegen aanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 2006 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Tegen de aanslag maakte zij bezwaar, dat door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het te laat betalen van het griffierecht. Hiertegen deed belanghebbende verzet.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en stelde dat belanghebbende niet had verzocht om te worden gehoord over het verzet. Belanghebbende stelde in cassatie dat zij wel degelijk had aangegeven de gronden van het verzet mondeling te willen toelichten. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank deze vaststelling onbegrijpelijk had gemaakt en vernietigde de uitspraak.
De zaak werd verwezen naar de rechtbank te Haarlem voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank wegens het niet horen van belanghebbende en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.