ECLI:NL:HR:2011:BP3870
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafkorting wegens gang van zaken tijdens aanhouding en verhoor
In deze cassatieprocedure stond de beoordeling van de strafkorting centraal die het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba had toegekend vanwege de wijze waarop verdachte was aangehouden en verhoord. De verdachte werd op 27 juni 2007 verhoord van 15:00 tot 23:00 uur, waarbij sprake was van druk door de mededeling dat zij kon worden aangehouden indien zij niet vrijwillig meewerkte.
De verdediging stelde dat het nemo-teneturbeginsel was geschonden en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege de omstandigheden van het verhoor. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat hoewel er sprake was van druk en een langdurig verhoor, dit niet leidde tot een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Wel achtte het hof dit reden om de straf te verlagen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat de strafkorting, als een redelijke afweging van alle belangen, in cassatie niet verder getoetst kan worden. Ook de mate van strafverlaging is in cassatie niet aan te vechten. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof mocht strafkorting toepassen zonder niet-ontvankelijkheid van het OM.