ECLI:NL:HR:2011:BP3856
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onjuiste verwerking ad informandum feit
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij de strafoplegging rekening gehouden met een ad informandum gevoegd feit, namelijk het voorhanden hebben van een busje traangas. De verdachte had dit feit niet afzonderlijk erkend tijdens de terechtzitting in hoger beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij de strafoplegging slechts rekening mag houden met een ad informandum gevoegd feit indien de verdachte dit feit ten overstaan van de rechter die de straf oplegt heeft erkend, of indien aannemelijk is geworden dat hij het feit heeft begaan en het Openbaar Ministerie geen vervolging instelt.
De processen-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep bevatten geen erkenning van het ad informandum feit door de verdachte. Hierdoor is de strafoplegging niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de strafoplegging en de onttrekking aan het verkeer van het traangasbusje betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over deze onderdelen.
De overige middelen van het cassatieberoep worden verworpen. De Hoge Raad acht geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het arrest en geeft geen nadere motivering voor de niet-ontvankelijkheid van de overige middelen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 29 maart 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.