ECLI:NL:HR:2011:BP3746
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onjuiste aangiften inkomstenbelasting en vermindering taakstraf wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk doen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting over 2002, samen met een mededader. De aangiften betroffen valse dienstverbanden, loongegevens en persoonsgebonden aftrek, waardoor te weinig belasting werd geheven.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de term "bij de Belastingwet voorziene aangifte" uit art. 69, tweede lid (oud) AWR correct had uitgelegd. Ook onverplichte aangiften, zoals via T-biljetten of elektronische aangiften, vallen hieronder. Het cassatiemiddel dat dit betwistte, faalde.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn van art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, omdat het arrest pas na meer dan twee jaar werd gewezen. Dit leidde tot vermindering van de taakstraf van 180 naar 162 uren en van de vervangende hechtenis van 90 naar 81 dagen.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en vernietigde het arrest uitsluitend voor de strafoplegging, waarna de straf werd verminderd. Daarmee werd het cassatieberoep deels gehonoreerd.
Uitkomst: Bewijs van opzettelijk onjuiste aangiften bevestigd, taakstraf verminderd wegens overschrijding redelijke termijn.