ECLI:NL:HR:2011:BP3271
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onbevoegdheid gewone rechter bij hoger beroep tegen arbitraal vonnis
In deze zaak stonden Grond- en Zandexploitatie-Maatschappij Rijnland B.V. en Koninklijke Wegenbouw Stevin B.V. (verzoeksters) tegenover de Gemeente Teylingen (verweerder). Het geschil betrof een hoger beroep tegen een arbitraal vonnis, waarbij de vraag speelde of de gewone rechter bevoegd was om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het arbitraal vonnis.
De Hoge Raad verwees naar het scheidsrechterlijk vonnis van de Raad van Arbitrage voor de Bouw en de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof had geoordeeld dat de gewone rechter onbevoegd was in deze zaak. Tegen deze beschikking werd cassatie ingesteld.
De Hoge Raad stelde vast dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en Rijnland c.s. werden veroordeeld in de kosten van het geding, met nihil aan de zijde van de Gemeente.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gewone rechter is onbevoegd in hoger beroep tegen een arbitraal vonnis.