ECLI:NL:HR:2011:BP3051

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04094
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:170 BWArt. 7:658 BWArt. 24 RvArt. 25 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over aansprakelijkheid inleenkracht bij ongeval tijdens werk

In deze zaak stond de vraag centraal of de inlener aansprakelijk kon worden gehouden op grond van artikel 6:170 BW Pro voor een fout van een ondergeschikte die leidde tot letselschade van een inleenkracht. Daarnaast werd besproken of de rechter ambtshalve diende te beoordelen of aansprakelijkheid kon worden aangenomen op grond van artikel 7:658 BW Pro, of dat dit een exclusieve rechtsgrond betrof ter onderbouwing van de vordering.

De procedure omvatte meerdere vonnissen van de kantonrechter en rechtbank, en een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl Hilton Meats het beroep betwistte. De Advocaat-Generaal adviseerde verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen waren die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienden. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser tegen Hilton Meats wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

8 april 2011
Eerste Kamer
09/04094
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
HILTON MEATS ZAANDAM B.V.,
gevestigd te Zaandam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Hilton Meats.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 315724/4122/06 van de kantonrechter te Haarlem van 17 augustus 2006 en 12 oktober 2006;
b. de vonnissen in de zaak 129751/HA ZA 06-1449 van de rechtbank Haarlem 29 november 2006, 28 maart 2007 en 18 juni 2008;
c. het arrest in de zaak 200.015.032/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 28 april 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Hilton Meats heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Hilton Meats mede door mr. G.J. de Lange, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 10 februari 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hilton Meats begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 april 2011.