ECLI:NL:HR:2011:BP3042

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00225
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • W.D.H. Asser
  • C.E. Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldigheid overeenkomst van geldlening

In deze zaak stond centraal de vraag of een overeenkomst van geldlening tot stand was gekomen tussen eiseres en verweerster. Eiseres had tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. Het hof had eerder geoordeeld dat de overeenkomst geldig was.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de kantonrechter en het arrest van het hof, en behandelt het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van eiseres en veroordeelt haar in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt bevestigd dat de geldleningsovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

22 april 2011
Eerste Kamer
10/00225
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.C. van Keulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 272315/HA ZA 06-2975 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 1 november 2006 en 30 mei 2007;
b. het arrest in de zaak 105.006.888/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 augustus 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 1.256,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 22 april 2011.