ECLI:NL:HR:2011:BP2311
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling instemming werknemer bij beëindigingsovereenkomst in reorganisatie
In deze zaak stond de vraag centraal of er sprake was van een duidelijke en ondubbelzinnige instemming van de werknemer met de beëindigingsovereenkomst die was gesloten in het kader van een reorganisatie bij ABN AMRO.
De werknemer had meerdere procedures doorlopen bij de kantonrechter en het gerechtshof Amsterdam, waarbij de rechterlijke instanties de instemming van de werknemer met de beëindigingsovereenkomst hadden beoordeeld. Uiteindelijk werd het arrest van het gerechtshof van 7 juli 2009 aan de Hoge Raad voorgelegd.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de werknemer verworpen, waarbij werd vastgesteld dat de klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden. De Hoge Raad benadrukte dat de instemming van de werknemer met de beëindigingsovereenkomst niet duidelijk en ondubbelzinnig was aangetoond.
De Hoge Raad veroordeelde de werknemer tevens in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de proceskosten aan de zijde van ABN AMRO werden vastgesteld op een bedrag van € 2.584,34.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toetsing aan de vereisten voor instemming bij beëindigingsovereenkomsten in arbeidsrechtelijke reorganisaties.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen wegens onvoldoende duidelijke instemming met de beëindigingsovereenkomst.