ECLI:NL:HR:2011:BP1978
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van aanvrage tot herziening wegens ontbreken nieuwe feiten
De aanvrage tot herziening betrof een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin de aanvrager was veroordeeld wegens het doen van een valse aangifte. De aanvrage werd ingediend met het verzoek het arrest te herzien op grond van nieuwe feiten die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren.
De Hoge Raad beoordeelde dat de aanvrage niet voldeed aan de vereisten van artikel 457 en Pro 459 Sv, omdat zij geen nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde feiten bevatte die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou hebben geleid, zoals vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.
Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvrage niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot herziening af. Het arrest werd uitgesproken op 25 januari 2011 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot herziening zouden kunnen leiden.