ECLI:NL:HR:2011:BP0572

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03781
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie inzake onrechtmatige daad en eigen schuld

In deze zaak stond een geschil tussen eiser en de coöperatieve woonvereniging De Middelhorst centraal, waarbij eiser in cassatie ging tegen eerdere uitspraken van de rechtbank Groningen en het gerechtshof Leeuwarden. De zaak betrof een onrechtmatige daad en de vraag of sprake was van eigen schuld van eiser.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten, waaronder die van de rechtbank Groningen en het gerechtshof Leeuwarden, waarin de klachten van eiser over het passeren van essentiële stellingen en de begrijpelijkheid van het bewijsoordeel aan de orde kwamen. Eiser stelde dat het hof fouten had gemaakt, maar deze klachten konden niet leiden tot cassatie.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep en de Hoge Raad volgde dit advies. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Beukenhorst en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

8 april 2011
Eerste Kamer
09/03781
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,
t e g e n
de coöperatieve woonvereniging DE MIDDELHORST UA,
gevestigd te Haren,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en De Middelhorst.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 82263/HA ZA 05-850 van de rechtbank Groningen van 7 juni 2006;
b. de tussenarresten in de zaak met rolnummer 0600484 van 12 september 2007 en 9 juli 2008 en het eindarrest met zaaknummer 107.001.309/01 van 19 mei 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van 12 september 2007 en 19 mei 2009 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Middelhorst heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mr. M.P.M. Martens en voor De Middelhorst door mr. T. Cohen Jehoram, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Middelhorst begroot op € 490,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op
8 april 2011.