ECLI:NL:HR:2011:BP0481
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep wegens ongeloofwaardigheid stelling verdachte over telefoonnummergebruik
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen. Het hof had geoordeeld dat verdachte onwaarheid sprak over het gebruik van een specifiek telefoonnummer, omdat uit historische verkeersgegevens en verklaringen van betrokkenen bleek dat het nummer op bepaalde data door verdachte werd gebruikt.
De bewijsmiddelen bestonden uit gedetailleerde telefooncontactgegevens en verklaringen van meerdere betrokkenen die het gebruik van het telefoonnummer door verdachte bevestigden. Het hof concludeerde dat de stelling van verdachte ongeloofwaardig was en wees deze af.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn bewijsredenering voldoende had gemotiveerd door te verwijzen naar de wettige bewijsmiddelen en dat het middel dat het bewijs zou zijn gebaseerd op tegenstrijdige bewijsmiddelen geen feitelijke grondslag had. Het beroep werd daarom verworpen.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige bewijswaardering door het hof en onderstreept dat de Hoge Raad niet toetst aan een andere interpretatie van de feiten zolang het hof zijn motivering adequaat heeft gegeven.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 22 februari 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens ongeloofwaardigheid van zijn stelling over het gebruik van het telefoonnummer.