ECLI:NL:HR:2011:BP0294
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij gewoontewitwassen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor gewoontewitwassen over de periode van 26 april 2005 tot en met 6 maart 2007. De verdediging voerde aan dat de periode van gewoontewitwassen niet kan aanvangen voordat de van misdrijf afkomstige voorwerpen daadwerkelijk voorhanden zijn en dat gewoontewitwassen een actieve handeling vereist.
De Hoge Raad oordeelt dat het voorhanden hebben van geldbedragen op enig moment binnen de bewezenverklaarde periode is aangevangen en dat het niet noodzakelijk is dat dit moment samenvalt met het begin van die periode. Tevens vindt de Hoge Raad geen steun in het recht voor de stelling dat gewoontewitwassen alleen kan worden aangenomen indien sprake is van actief handelen door de verdachte.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro en vermindert de straf tot elf maanden en een week. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden en een week wegens overschrijding van de redelijke termijn.