ECLI:NL:HR:2011:BP0199
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid van levering paracetamol en cafeïne bij opsporing en toepassing Tallon-criterium
In deze zaak stond centraal de vraag of de levering van paracetamol en cafeïne door een farmaceutische groothandel aan een verdachte, verdacht van voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet, een onrechtmatige opsporingsmethode betrof, te weten pseudo-verkoop. De verdachte werd vervolgd voor het voorbereiden van het plegen van een drugshandel delict.
De groothandel [A] leverde met medeweten van het Openbaar Ministerie (OM) paracetamol en cafeïne aan de verdachte, die deze stoffen mogelijk als versnijdingsmiddelen wilde gebruiken. Er was een schriftelijke overeenkomst tussen het OM en [A] waarin bijstand aan de opsporing werd geregeld. De verdediging stelde dat sprake was van een onrechtmatige opsporingsmethode en dat het Tallon-criterium (verbod op uitlokking) was geschonden.
De Hoge Raad bevestigde dat pseudo-verkoop als opsporingsmethode geen wettelijke grondslag heeft en risicovol is, maar oordeelde dat in dit geval de levering rechtmatig was omdat het ging om legale stoffen in het gewone handelsverkeer en de werkwijze transparant en toetsbaar was. Bovendien was het Tallon-criterium niet geschonden omdat de verdachte reeds voorafgaand aan het contact met [A] het opzet had om de stoffen te kopen.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest alleen wat betreft de duur van de gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn en beperkte de straf tot drie jaar en zeven maanden. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en zeven maanden; de opsporingsmethode en Tallon-criterium zijn rechtmatig toegepast.