ECLI:NL:HR:2011:BP0006
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kantoorbetekening als voldoende voor verstekverlening onder Haags Betekeningsverdrag en Betekeningsverordening II
In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal of verstekverlening kan plaatsvinden op basis van kantoorbetekening zoals bedoeld in art. 63 lid 1 Rv Pro, ook wanneer de partij in het buitenland woont en het Haags Betekeningsverdrag en de Betekeningsverordening II van toepassing zijn.
De eiser had de verweerster, woonachtig in Zwitserland, via kantoorbetekening gedagvaard. De verweerster was niet verschenen, waarna de eiser verstekverlening verzocht. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verstekverlening. De Hoge Raad overwoog dat de kantoorbetekening een sterke waarborg biedt dat het exploot tijdig de geadresseerde bereikt en dat deze wijze van betekening buiten het toepassingsgebied van het Haags Betekeningsverdrag valt.
De Hoge Raad kwam hiermee terug van zijn eerdere arrest uit 1986 waarin kantoorbetekening niet als voldoende werd beschouwd. Tevens is bevestigd dat kantoorbetekening ook onder de Betekeningsverordening II volstaat voor verstekverlening. De Hoge Raad verleende daarom het gevraagde verstek tegen de verweerster.
De uitspraak bevordert een eenvoudige en doelmatige toepassing van betekeningsvoorschriften bij internationale procedures en versterkt de rechtszekerheid omtrent de wijze van betekening in civiele zaken met buitenlandse partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent verstek tegen de verweerster op basis van kantoorbetekening volgens art. 63 lid 1 Rv.