ECLI:NL:HR:2011:BO9958
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onderscheid motorrijtuigenbelasting tussen personenauto's en bestelauto's
Belanghebbende, een ondernemer die drie personenauto's had aangeschaft en verhuurde aan andere ondernemers, verzocht om toepassing van het verlaagde motorrijtuigenbelastingtarief voor bestelauto's. Dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen en deze beslissing werd door de rechtbank en het hof bevestigd.
In cassatie stelde belanghebbende dat het onderscheid in tariefbehandeling tussen personenauto's en bestelauto's in strijd was met het gelijkheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde echter dat personenauto's en bestelauto's niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd.
De Hoge Raad motiveerde dat het doel van de regeling is het faciliteren van ondernemers die motorrijtuigen primair voor zakelijke doeleinden gebruiken. Bestelauto's onderscheiden zich door hun aard en geschiktheid voor zakelijk vervoer duidelijk van personenauto's die ook privé worden gebruikt. Dit rechtvaardigt het verschillende tarief.
Andere klachten van belanghebbende werden niet nader behandeld omdat deze niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het onderscheid in motorrijtuigenbelasting tussen personenauto's en bestelauto's is bevestigd.