ECLI:NL:HR:2011:BO9893
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat fazanten niet zijn vrijgesteld van verbod Flora- en faunawet zonder pootring
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk kopen en vervoeren van beschermde fazanten zonder de vereiste pootring en registratie. Verdachte voerde aan dat de fazanten, als in gevangenschap gefokte exemplaren van het soort Phasianus colchicus, vrijgesteld zouden zijn van het verbod op grond van Europese regelgeving en nationale bepalingen.
De Hoge Raad oordeelde dat de vrijstelling van het verbod op het onder zich hebben van beschermde vogels slechts geldt voor die soorten die uitdrukkelijk zijn vermeld in bijlage VIII van de uitvoeringsverordening. De fazanten van het soort Phasianus colchicus zijn niet opgenomen in deze bijlage en vallen daarom niet onder de uitzondering voor vogels zonder pootring. De ringplicht en registratievereisten blijven derhalve van toepassing.
Het hof had de verdediging terecht verworpen omdat de interpretatie van de wet- en regelgeving door de verdediging onjuist was. De Hoge Raad bevestigde dat de vrijstelling cumulatief is en dat de pootringplicht geldt tenzij expliciet vrijgesteld, wat hier niet het geval was. Het beroep van verdachte faalde en werd verworpen.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de Flora- en faunawet in samenhang met Europese CITES-regelgeving en benadrukt het belang van nauwkeurige naleving van ring- en registratieregels voor beschermde diersoorten.
Uitkomst: Het beroep van verdachte wordt verworpen; fazanten van het soort Phasianus colchicus zijn niet vrijgesteld van het verbod zonder pootring en registratie.