ECLI:NL:HR:2011:BO9557
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vorderingen teruggave onteigende en aanvullende schadevergoeding bij onteigening
De zaak betreft een cassatieberoep over vorderingen tot teruggave van onteigende percelen en aanvullende schadevergoeding na onteigening door de Gemeente Eindhoven ten behoeve van de uitbreiding van het militaire vliegveld Welschap.
De Hoge Raad bevestigt dat een vordering tot teruggave op grond van artikel 61 van Pro de Onteigeningswet uitsluitend tegen de onteigenende partij kan worden ingesteld. Dit geldt ook voor vorderingen tot aanvullende schadevergoeding. Een vereenzelviging van de onteigenende partij met een andere belanghebbende partij is slechts mogelijk onder zeer bijzondere omstandigheden, die in deze zaak niet aanwezig zijn.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat alleen werkzaamheden die daadwerkelijk dienen ter uitvoering van het werk waarvoor is onteigend, onder artikel 61 Ow Pro vallen. Voorbereidende werkzaamheden, zoals bodemonderzoek en landmeetkundige verrichtingen, vallen hier niet onder.
De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen van zowel de eiseres als de Gemeente en bevestigt het oordeel van het hof dat geen rechtens te respecteren belang bestaat bij teruggave van het onteigende, omdat de bestemming waarvoor is onteigend is gerealiseerd. De vorderingen tot aanvullende schadevergoeding jegens de Staat worden eveneens afgewezen omdat de Staat niet de onteigenende partij is.
De Hoge Raad veroordeelt partijen in de kosten van het geding en verklaart het arrest in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de vorderingen tot teruggave en aanvullende schadevergoeding tegen de Staat en bevestigt dat deze alleen tegen de onteigenende partij kunnen worden ingesteld.