ECLI:NL:HR:2011:BO9555
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vorderingen tot teruggave en aanvullende schadevergoeding bij onteigening
In deze zaak staat centraal de vraag of vorderingen tot teruggave van onteigende percelen en aanvullende schadevergoeding ook tegen andere partijen dan de onteigenende partij kunnen worden ingesteld. De onteigening vond plaats ten behoeve van de uitbreiding van het militaire vliegveld Welschap. De onteigende percelen werden door de Gemeente aan de Staat overgedragen.
De eisers vorderden teruggave van het onteigende dan wel aanvullende schadevergoeding op grond van artikel 61 van Pro de Onteigeningswet (Ow) en artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Het hof oordeelde dat dergelijke vorderingen alleen tegen de onteigenende partij kunnen worden ingesteld en dat de Gemeente en de Staat niet als één partij kunnen worden vereenzelvigd, behalve onder zeer bijzondere omstandigheden die hier niet aanwezig zijn.
Daarnaast werd geoordeeld dat alleen werkzaamheden die daadwerkelijk dienen ter uitvoering van het werk waarvoor onteigend is, onder artikel 61 Ow Pro vallen. Voorbereidende werkzaamheden zoals bodemonderzoek en landmeetkundige verrichtingen worden niet tot uitvoering gerekend.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van de eisers en bevestigde het oordeel van het hof. De vorderingen tot teruggave en aanvullende schadevergoeding jegens de Staat zijn niet toewijsbaar omdat de Staat niet de onteigenende partij was. Ook de interpretatie van werkzaamheden in het kader van artikel 61 Ow Pro werd bevestigd. De kosten van het geding werden aan de zijde van de eisers en de Gemeente en Staat toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de vorderingen tot teruggave en aanvullende schadevergoeding tegen de Staat en bevestigde dat alleen de onteigenende partij aansprakelijk is.