ECLI:NL:HR:2011:BO9554
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering teruggave onteigende en aanvullende schadevergoeding na onteigening militaire uitbreiding
In deze zaak gaat het om een vordering van [PJR] tot teruggave van onteigende percelen dan wel aanvullende schadevergoeding na onteigening door de Gemeente Eindhoven ten behoeve van de uitbreiding van het militaire vliegveld Welschap. De onteigening was onherroepelijk geworden en de percelen waren later door de Gemeente aan de Staat overgedragen.
De Hoge Raad bevestigt dat op grond van artikel 61 van Pro de Onteigeningswet (Ow) een vordering tot teruggave van onteigende grond uitsluitend tegen de onteigenende partij kan worden ingesteld. Dit geldt ook voor een vordering tot aanvullende schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW Pro. De vereenzelviging van belanghebbende en onteigenende partij is slechts onder zeer bijzondere omstandigheden mogelijk, die in deze zaak niet aanwezig zijn.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat werkzaamheden die slechts voorbereidend zijn, zoals bodemonderzoek en landmeetkundige verrichtingen, niet kunnen worden gerekend tot de werkzaamheden in de zin van artikel 61 Ow Pro die de realisatie van het onteigende werk betreffen.
De klachten van de eiser worden verworpen en ook het incidentele cassatieberoep van de Gemeente wordt afgewezen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof dat geen rechtens te respecteren belang bestaat bij terugvordering van het onteigende en dat de Staat niet als onteigenende partij kan worden aangesproken voor aanvullende schadevergoeding.
De Hoge Raad veroordeelt partijen in de kosten van het geding in cassatie en spreekt het arrest uit op 25 februari 2011.
Uitkomst: Vordering tot teruggave en aanvullende schadevergoeding afgewezen; alleen onteigenende partij kan worden aangesproken.