ECLI:NL:HR:2011:BO8008
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-naleving art. 51 Sv in hoger beroep
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij in hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het middel in cassatie stelt dat het voorschrift van artikel 51 Sv Pro niet is nageleefd omdat zich in hoger beroep een raadsman zou hebben gesteld. Ter onderbouwing werd een brief overgelegd van een advocaat die zich voorstelde in een ontnemingsprocedure.
De Hoge Raad oordeelt dat de brief uitsluitend betrekking heeft op de ontnemingsprocedure en niet op de strafzaak zelf. Aangezien de onderhavige zaak niet een ontnemingsprocedure betreft, faalt het middel. De Hoge Raad bevestigt daarmee dat het voorschrift van artikel 51 Sv Pro correct is nageleefd in de strafzaak.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof voor verdere behandeling van het hoger beroep binnen de juiste procedurele kaders.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het middel faalt wegens onjuiste toepassing van art. 51 Sv.