ECLI:NL:HR:2011:BO7527
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling faillissementsrechtelijke betalingsonmacht en bewijslastverdeling
In deze zaak stond centraal of de schuldenaar in de toestand verkeerde dat hij is opgehouden te betalen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Faillissementswet. De verzoekers tot cassatie stelden dat dit het geval was, maar de feiten en omstandigheden waren niet summierlijk gebleken om dit te onderbouwen.
De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof te 's-Gravenhage hadden eerder geoordeeld dat onvoldoende was aangetoond dat de schuldenaar niet meer betaalde en dat dwangsommen waren verbeurd. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en wees op de bewijslastverdeling, waarbij de gemotiveerde betwisting van de schuldenaar doorslaggevend was.
De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde de verzoekers tot cassatie in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de voorwaarden voor faillissement niet waren vervuld op basis van de aangevoerde feiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs dat de schuldenaar is opgehouden te betalen.