ECLI:NL:HR:2011:BO7278

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00836
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:159 lid 3 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging partneralimentatie en stelplicht alimentatieplichtige in appel

In deze zaak stond de vraag centraal in hoeverre de alimentatieplichtige in een procedure tot wijziging van partneralimentatie zijn stelplicht moet vervullen, met name in het kader van artikel 1:159 lid 3 BW Pro. De man, wonende in de Verenigde Arabische Emiraten, had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam die een eerdere beschikking van de rechtbank Alkmaar bevestigde.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten die de man in cassatie aanvoerde, konden niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwees naar de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof en bevestigde dat de grenzen van de rechtsstrijd in appel en de stelplicht van de alimentatieplichtige in dit kader duidelijk zijn.

De uitspraak onderstreept het belang van een duidelijke stelplicht van de alimentatieplichtige bij verzoeken tot wijziging van partneralimentatie en bevestigt de jurisprudentie over de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

11 februari 2011
Eerste kamer
10/00836
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], Verenigde Arabische Emiraten,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 103534/FA RK 08-615 van de rechtbank Alkmaar van 25 maart 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.035.889/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 1 december 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 23 december 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 11 februari 2011.