ECLI:NL:HR:2011:BO6759
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging hechtenis wegens onjuiste toepassing art. 311 Sr
In deze zaak stond een verdachte terecht voor een misdrijf bewezen verklaard onder art. 311 Sr Pro. Het Hof had de verdachte veroordeeld tot een hechtenisstraf van twee maanden. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad onderzocht de bewijsvoering en de rechtmatigheid van de opgelegde straf.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de bewijsvoering correct had behandeld, waarbij verwezen mocht worden naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken, zoals het deskundigenrapport. De klacht over de bewijsvoering werd daarom verworpen.
Echter, de Hoge Raad stelde vast dat voor het bewezenverklaarde misdrijf van art. 311 Sr Pro geen hechtenis kan worden opgelegd. Daarom werd het middel dat klaagde over de strafoplegging gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde het deel van het arrest dat de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van de straf.
Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat er geen aanleiding was om het arrest ambtshalve te vernietigen buiten de strafoplegging om. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 25 januari 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de opgelegde hechtenis en verwijst de zaak terug voor nieuwe strafoplegging.