ECLI:NL:HR:2011:BO4007
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest woninginbraak wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring
De zaak betreft een woninginbraak gepleegd op of omstreeks 2 juni 2007 te Amsterdam, waarbij verdachte samen met een medeverdachte diverse goederen heeft weggenomen. Het hof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld op basis van onder meer vingerafdrukken op het geforceerde raam en de vondst van gestolen goederen bij de medeverdachte.
Verdachte voerde aan dat zijn vingerafdrukken op het raam op een andere wijze konden zijn achtergebleven en dat hij niet bij de inbraak aanwezig was. Het hof verwierp dit verweer, onder meer omdat de medeverdachte verklaarde dat verdachte betrokken was en omdat verdachte en medeverdachte eerder samen voor een poging tot woninginbraak waren veroordeeld.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd op welke bewijsmiddelen het de vaststelling baseert dat verdachte en medeverdachte eerder samen zijn veroordeeld. Dit leidt tot een ontoereikende motivering van de bewezenverklaring. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.