ECLI:NL:HR:2011:BO2958
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bewijs van zwaar lichamelijk letsel met afsnijding oor
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage in een strafzaak over zwaar lichamelijk letsel toegebracht aan het slachtoffer op 10 maart 2007 in Rotterdam. De verdachte werd verweten samen met anderen het slachtoffer met een glazen salontafel op het hoofd te hebben geslagen, waarbij het rechteroor van het slachtoffer werd afgesneden.
Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, waaronder het afsnijden van het rechteroor met een glazen voorwerp, en subsidiair dat hij uitvoering heeft gegeven aan het voornemen om ander zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, getuigen, verdachte, forensisch artsen en dactyloscopisch onderzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring niet tegenstrijdig is en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het letsel van het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel inhoudt. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf vermindert van negen maanden (waarvan drie voorwaardelijk) tot acht maanden en drie weken (waarvan drie voorwaardelijk). Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn; het hofarrest wordt voor het overige bevestigd.