ECLI:NL:HR:2011:BO1337
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad stelt prejudiciële vraag over tijdstip verkrijging douanebestemming bij douanevervoer
Belanghebbende werd uitgenodigd tot betaling van douanerechten en omzetbelasting na een aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer van gekoeld rundvlees in een container. De douaneautoriteiten hadden de aangifte aanvaard terwijl de goederen de status 'in tijdelijke opslag' hadden. Na een onderzoek naar het vermis van twee colli rundvlees stelde de Rechtbank vast dat de goederen de status 'in tijdelijke opslag' behouden tot het moment van vrijgave door de douane, en dat belanghebbende gedurende die periode niet als douaneschuldenaar kon worden aangemerkt.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het uit de douanewetgeving niet eenduidig blijkt wanneer precies goederen de status 'in tijdelijke opslag' verliezen en een douanebestemming verkrijgen. De Hoge Raad gaf aan dat het tijdstip van vrijgave door de douaneautoriteiten doorslaggevend kan zijn, mede gelet op Europese regelgeving en literatuur.
Gezien de onduidelijkheid over de uitlegging van het unierecht stelde de Hoge Raad een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over het tijdstip waarop niet-communautaire goederen een douanebestemming verkrijgen in de zin van artikel 50 van Pro het Communautair douanewetboek. Het geding werd geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst het geding en stelt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over het tijdstip waarop goederen een douanebestemming verkrijgen.