ECLI:NL:HR:2011:BN8066
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt weigering gefacilieerde bedrijfsfusie en verwijst zaak terug
Deze zaak betreft een geschil over de weigering van een gefacilieerde bedrijfsfusie door de Inspecteur op grond van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De Hoge Raad volgt het arrest van het Hof van Justitie van 20 mei 2010 (Modehuis Zwijnenburg) dat stelt dat faciliteiten voor bedrijfsfusies niet mogen worden geweigerd wanneer de heffing van een belasting buiten de werkingssfeer van de Fusierichtlijn valt.
Het hof had geoordeeld dat de bedrijfsfusie mede was gericht op het uitstellen van vennootschapsbelasting, waardoor de faciliteit niet mocht worden toegepast. De Hoge Raad oordeelt echter dat de voorgenomen bedrijfsfusie niet gericht was op het ontgaan van vennootschapsbelasting, omdat de overdracht van aandelen in plaats van het pand zelf geen belastingheffing tot gevolg had.
De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak van het hof en de beschikking van de Inspecteur en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de weigering van de gefacilieerde bedrijfsfusie en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam.