ECLI:NL:HR:2011:BN6391
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Verbod op vormen van voorziening voor seniorenverlofregeling volgens goed koopmansgebruik
Belanghebbende, een fiscale eenheid met A B.V., voerde een seniorenverlofregeling in waarbij werknemers vanaf 60 jaar arbeidstijdvermindering kregen tegen inlevering van een deel van hun loon. Voor het jaar 2004 vormde belanghebbende een voorziening voor toekomstige uitgaven in verband met deze regeling.
De Rechtbank Arnhem had de aanslag vennootschapsbelasting verminderd, maar het Hof Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de voorziening niet in overeenstemming was met goed koopmansgebruik. Het Hof stelde dat de meerkosten van de regeling behoren tot de salarislasten van de jaren waarin het verlof wordt genoten en niet aan toekomstige jaren kunnen worden toegerekend.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat afwijken van deze regel door het vormen van een voorziening niet is toegestaan omdat dit leidt tot uitvoeringsproblemen en strijdig is met het beginsel van eenvoud dat aan goed koopmansgebruik ten grondslag ligt. Ook het beroep op het gewekte vertrouwen op basis van een besluit van de Staatssecretaris faalt. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het vormen van een voorziening voor seniorenverlofregeling is niet toegestaan volgens goed koopmansgebruik.