ECLI:NL:HR:2011:BN6299
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid schuld werknemer wegens nageheven loonbelasting voor box 3
In deze zaak is over het jaar 2001 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd aan belanghebbende, samen met een boete. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank te Breda werd de navorderingsaanslag en boete verminderd, maar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie bij de Hoge Raad. De kernvraag betrof de uitleg van artikel 5.3, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001, namelijk of de schuld van een werknemer aan zijn werkgever wegens verhaal van nageheven loonbelasting moet worden aangemerkt als een niet-aftrekbare belastingschuld bij het bepalen van de rendementsgrondslag in box 3.
De Hoge Raad bevestigde dat de loonbelasting een rijksbelasting is waarop de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) van toepassing is. De verhaalschuld van de werknemer aan de werkgever vloeit voort uit de belastingwet en is daarom niet aftrekbaar. De Hoge Raad verwierp het verweer dat het ontbreken van een expliciete wettelijke regeling voor het verhaalsrecht afdoet aan deze kwalificatie. De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering. De beroepen in cassatie werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie ongegrond en bevestigt dat de schuld wegens verhaal van nageheven loonbelasting niet aftrekbaar is voor box 3.