Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BM9103

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03372 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 juli 2008, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen.

De Hoge Raad beoordeelde het middel van cassatie en concludeerde dat dit middel niet tot cassatie kan leiden, mede omdat het geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Advocaat-Generaal had eveneens geadviseerd het beroep te verwerpen.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Desondanks leidde deze overschrijding niet tot een rechtsgevolg in deze zaak. De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam, waar compensatie voor de termijnoverschrijding kan worden toegepast in de hoofdzaak.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 1 februari 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof zonder rechtsgevolg aan de termijnoverschrijding te verbinden.

Uitspraak

1 februari 2011
Strafkamer
nr. S 08/03372 P
DAT/AJ
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 juli 2008, nummer 23/006162-05, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 13 juli 2010, LJN BL1454).
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak, welke in cassatie aanhangig is onder nr. 08/03371, LJN BM9102, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. Deze zaak wordt teruggewezen naar het Gerechtshof te Amsterdam. De compensatie, tot welke de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, zal alsdan kunnen worden toegepast in de hoofdzaak.
3.2. Gelet hierop is er geen aanleiding om in de onderhavige zaak aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, W.F. Groos en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 1 februari 2011.