ECLI:NL:HR:2011:AY9450
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op aftrek omzetbelasting bij intracommunautaire verwerving in lidstaat registratie
Belanghebbende had in 1998 central processing units (cpu's) gekocht van leveranciers in België en Engeland, die via Nederland naar Duitsland werden vervoerd en aldaar afgeleverd. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat belanghebbende de omzetbelasting ten onrechte in aftrek had gebracht in Nederland.
Het Hof oordeelde dat de plaats van intracommunautaire verwerving in beginsel Duitsland was, omdat de goederen daar aankwamen, ondanks de onderbreking van het vervoer in Nederland. Echter, omdat belanghebbende de Nederlandse BTW-identificatienummer gebruikte, werd Nederland als plaats van verwerving aangemerkt, waardoor geen recht op aftrek bestond.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp de klachten van belanghebbende, onder verwijzing naar de relevante artikelen van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Zesde richtlijn. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.