Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2010:BO8444

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
CPG 10/00075
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a Wet Vpb 1969
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zakelijkheid en verband bij kapitaalstorting en gelieerde lening in antigrondslagerosie

De zaak betreft de vraag of de rente op een gelieerde lening aftrekbaar is voor het deel dat een banklening vervangt, waarbij de lening en kapitaalstorting verband houden met een externe acquisitie. De belanghebbende leende eind 1998 een bedrag van een bank en stortte dit in haar Duitse dochtermaatschappij. Kort daarna werd een renteloze lening verkregen van een verbonden lichaam in Ierland, waarvan een deel werd doorgeleend aan de Duitse dochter.

De rechtbank oordeelde dat er een verband bestaat tussen de kapitaalstorting en de gelieerde lening, maar dat de zakelijkheid van de lening niet was aangetoond, waardoor de rente niet aftrekbaar was. Het hof oordeelde anders en achtte de rente wel aftrekbaar, stellende dat art. 10a(2)(b) Wet Vpb niet van toepassing is op externe acquisities gefinancierd met concernleningen en dat zakelijke overwegingen aanwezig waren.

De Advocaat-Generaal betwist het oordeel van het hof, stellende dat de tekst en parlementaire geschiedenis van art. 10a Wet Vpb niet uitsluiten dat externe acquisities met externe leningen binnen de regeling vallen. Ook is het hof onvoldoende gemotiveerd in haar oordeel over de zakelijkheid van de groepslening. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek naar het verband en de zakelijkheid van de lening en kapitaalstorting.

De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van het verband tussen kapitaalstorting en lening en de afzonderlijke beoordeling van de zakelijkheid van beide financieringsvormen in het kader van antigrondslagerosie.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader feitelijk onderzoek naar het verband en de zakelijkheid van de lening en kapitaalstorting.

Uitspraak

Derde kamer - uitspraak volgt