ECLI:NL:HR:2010:BO6812
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld van een belastingplichtige tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem. Het geschil betrof de navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De belastingplichtige was het niet eens met de opgelegde navorderingsaanslag en had het hof gevraagd deze te vernietigen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep echter afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk heeft behandeld, maar het beroep heeft afgewezen op procedurele gronden. Hierbij verwees de Hoge Raad naar eerdere arresten met nummers 08/04535, 09/01376 en 09/02996, die vergelijkbare situaties betroffen.
Door deze beslissing blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 3 juni 2009 in stand. Daarmee is de navorderingsaanslag definitief bevestigd en kan de belastingplichtige hiertegen geen verdere rechtsmiddelen meer aanwenden bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en daarmee afgewezen.