ECLI:NL:HR:2010:BO5994

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04346
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in arbeidsgeschil over loon en vakantiedagen

In deze zaak stond de ontbinding van een arbeidsovereenkomst centraal, waarbij eiser vorderde dat achterstallig loon en een vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen zouden worden toegekend. De kantonrechter en het gerechtshof hadden eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het geschil beslechtte.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, welke aan de zijde van verweerster Comos op nihil werden begroot. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en is het geschil definitief beslecht.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitspraak

3 december 2010
Eerste Kamer
09/04346
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
COMOS B.V.,
gevestigd te Poeldijk, gemeente Westland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Comos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 791134\CV EXPL 07-2039 van de kantonrechter te Schiedam van 17 april 2007 (tussenvonnis) en 18 september 2007 (eindvonnis);
b. het arrest in de zaak 105.007.389/01/rolnummer 07/1525 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 juni 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Comos is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft op 15 oktober 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Comos begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 december 2010.