ECLI:NL:HR:2010:BO5198

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04352
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen arrest over aantastbaarheid vaststellingsovereenkomst beleggingsverliezen

In deze zaak stond centraal of een vaststellingsovereenkomst, gesloten naar aanleiding van door eisers geleden beleggingsverliezen, kan worden aangetast op grond van daarna verkregen definitieve kennis over fouten in een rapport van de interne accountantsdienst van de bank. De eisers stelden dat de bank onrechtmatig had gehandeld door het rapport en dat dit de overeenkomst aantastbaar maakte.

De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Amsterdam, die op 5 juli 2006 en 15 augustus 2007 vonnissen heeft gewezen. Vervolgens oordeelde het gerechtshof Amsterdam op 14 juli 2009 over het geschil. Tegen het arrest van het hof werd cassatie ingesteld door de eisers.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, aangezien de aangevoerde klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van ING Groep c.s.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
09/04352
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. ING GROEP N.V.,
2. ING BANK N.V.,
beide gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Eisers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en verweersters in cassatie als ING Groep c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 342075/HA ZA 06-1805 van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2006 en 15 augustus 2007,
b. het arrest in de zaak 200.000.902/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen ING Groep c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 3 december 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING Groep c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.