ECLI:NL:HR:2010:BO4520
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Betaling aan bestuurder tijdens faillissement bevrijdend jegens curator
In deze zaak stond centraal of een betaling aan een bestuurder in privé van een vordering die tijdens het faillissement is ontstaan, bevrijdend kan zijn jegens de curator. Eiseres, gevestigd te een vestigingsplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. De curator in het faillissement van [A] B.V., gevestigd te een vestigingsplaats, was in cassatie niet verschenen.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam, die aan het arrest gehecht zijn. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de curator nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.