ECLI:NL:HR:2010:BO4137
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek inzake voorwaardelijke gevangenisstraf mishandeling
De aanvrage tot herziening betrof een beslissing van de politierechter in Almelo van 8 augustus 2005, waarbij de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens mishandeling was gelast. De Hoge Raad beoordeelde of het verzoek ontvankelijk was op grond van artikel 457 Sv Pro, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou hebben geleid.
De Hoge Raad stelde vast dat de beslissing van 8 augustus 2005 geen einduitspraak was in de zin van artikel 457 Sv Pro en dat het verzoek daarom niet-ontvankelijk was voor zover het tegen die beslissing was gericht. Voor zover het verzoek mede betrekking had op het vonnis van 19 april 2004, was het ingediende verzoek niet onderbouwd met nieuwe feiten die herziening konden rechtvaardigen.
Daarom werd het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 16 november 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.