ECLI:NL:HR:2010:BO3669
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek van voorbelasting bij verkoop van aandelen met managementactiviteiten
Belanghebbende hield in 1996 een 30% belang in een vennootschap en verrichtte managementwerkzaamheden tegen vergoeding. Eind 1996 verkocht zij haar aandelen, evenals de andere aandeelhouders, aan dezelfde rechtspersoon. Diverse adviseurs rekenden omzetbelasting voor diensten in verband met de overdracht, welke belanghebbende in aftrek bracht. De Inspecteur hevelde deze belasting via naheffingsaanslag terug.
Het Hof 's-Gravenhage oordeelde dat de aandelenoverdracht geen economische activiteit vormde, maar dat de kosten algemene ondernemingskosten waren, waardoor belanghebbende recht had op aftrek van voorbelasting. De staatssecretaris stelde cassatieberoep in.
De A-G analyseerde de jurisprudentie van het HvJ, met name het arrest AB SKF, waarin werd vastgesteld dat het enkele houden en verkopen van aandelen geen economische activiteit is, tenzij gepaard gaande met beheeractiviteiten die btw-plichtige handelingen zijn. De verkoop werd als een economische activiteit en vrijgestelde prestatie aangemerkt. Het recht op aftrek van voorbelasting hangt af van de toerekenbaarheid van de advieskosten aan de algemene ondernemingskosten, hetgeen nader onderzoek door een verwijzingshof vereist.
De Hoge Raad besloot de zaak aan te houden in afwachting van een nader arrest van de derde kamer.
Uitkomst: De Hoge Raad heeft de zaak aangehouden in afwachting van een nader arrest van de derde kamer.