ECLI:NL:HR:2010:BO3554

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03538
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in het kader van de WSNP

Verzoeker heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 juli 2010, waarin het hof een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) heeft beoordeeld.

De kern van het geschil betrof de vraag of verzoeker te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of het onbetaald laten van zijn schulden zoals bedoeld in artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder b, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De rechtbank Amsterdam had eerder op 8 juni 2010 uitspraak gedaan in deze zaak.

De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker onderzocht maar geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep is gevolgd.

Het arrest is op 24 december 2010 gewezen door de Hoge Raad, waarbij de raadsheren A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser het arrest hebben vastgesteld en raadsheer E.J. Numann het arrest in het openbaar heeft uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
10/03538
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 457428/FT-RK 10.766 van de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2010,
b. het arrest in de zaak 200.068.527/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 30 juli 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.