ECLI:NL:HR:2010:BO3344

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04165
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377e BWArt. 81 ROArt. 243 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing wijziging omgangsregeling ex art. 1:377e BW

In deze zaak stond een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling tussen de man en de vrouw centraal, waarbij de man cassatie instelde tegen het oordeel van het gerechtshof Amsterdam. De zaak betrof een geschil over de omgangsregeling met betrekking tot hun kinderen, waarbij de man wijziging van de regeling nastreefde.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de kinderrechter en het gerechtshof, waarbij laatstgenoemde de omgangsregeling handhaafde. De man stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van de man en veroordeelt hem in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door een kamer van raadsheren, waarbij de beslissing in het openbaar werd uitgesproken. Hiermee blijft de omgangsregeling zoals vastgesteld door het hof ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

10 december 2010
Eerste Kamer
09/04165
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 08-1510/398136 van de kinderrechter te Amsterdam van 25 november 2008, verbeterd bij herstelbeschikking van 3 december 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.026.165/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 De Hoge Raad ziet aanleiding de man te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op € 2.130,07 in totaal, waarvan € 2.064,57 op de voet van art. 243 Rv Pro. te voldoen aan de Griffier, en € 65,50 te voldoen aan de vrouw.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 december 2010.