ECLI:NL:HR:2010:BO1798

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02637
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 onder c FwArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder verlening schone lei wegens niet-nakoming verplichtingen

De zaak betreft de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei aan verzoekster. Verzoekster had niet voldaan aan de verplichtingen voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling zoals bedoeld in artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet.

In de eerdere instanties, de rechtbank 's-Gravenhage en het gerechtshof te 's-Gravenhage, werd de regeling beëindigd zonder dat verzoekster de schone lei werd verleend. Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van verzoekster niet leiden tot cassatie en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling leiden.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door Numann op 17 december 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei blijft gehandhaafd.

Uitspraak

17 december 2010
Eerste Kamer
10/02637
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E.J.W.F. Deen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 07/99 R van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 april 2010,
b. het arrest in de zaak 200.064.591/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 juni 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.