ECLI:NL:HR:2010:BO1652

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02576
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huwelijksvermogensrecht: gebondenheid aan niet-uitgevoerde overeenkomst tot scheiding en deling

In deze zaak stond de vraag centraal of een echtgenoot gebonden blijft aan een overeenkomst tot scheiding en deling van gemeenschappelijke goederen die gedurende lange tijd niet is uitgevoerd. De man, eiser in cassatie, stelde dat hij niet langer gebonden was aan deze overeenkomst.

De zaak werd behandeld door de rechtbank Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarvan de vonnissen en het arrest aan het cassatiearrest zijn gehecht. De vrouw was in cassatie verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig was. Het beroep werd verworpen en de kosten van het cassatiegeding werden ieder voor eigen rekening gebracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en iedere partij draagt de eigen kosten.

Uitspraak

17 december 2010
Eerste Kamer
09/02576
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J, van der Klei,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 165482/HA ZA 06-1618 van de rechtbank Breda van 16 mei 2007 en 12 september 2007;
b. het arrest in de zaak HD 103.005.973 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 maart 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de vrouw is verstek verleend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.