ECLI:NL:HR:2010:BO1576
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending recht op bijstand minderjarige verdachte tijdens politieverhoor
In deze jeugdzaak stelde de verdachte dat hij voorafgaand aan en tijdens het eerste politieverhoor geen bijstand had gehad van een raadsman, wat volgens hem een schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het dossier voldoende bewijs bevatte om het feit wettig en overtuigend bewezen te verklaren, ondanks het ontbreken van bijstand.
De verdediging baseerde zich op het Salduz-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat het recht op bijstand tijdens het eerste politieverhoor benadrukt, vooral voor minderjarigen. De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte het belang van dit recht miskende door het verweer te verwerpen op de grond dat het dossier voldoende bewijs bevatte.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting, waarbij het recht op bijstand van de minderjarige verdachte tijdens het verhoor in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met inachtneming van het recht op bijstand tijdens het politieverhoor.