ECLI:NL:HR:2010:BO0187
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake gerechtelijke vaststelling vaderschap
In deze zaak stond de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap centraal. Partijen waren het erover eens dat de man de biologische vader van het kind is, en op die grond was het vaderschap vastgesteld. De man stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 december 2009.
De bijzonder curator van het minderjarige kind en de moeder van het kind verzochten het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van de rechtbank en het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof wordt bekrachtigd.