ECLI:NL:HR:2010:BO0104
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvrage tot herziening wegens bekende omstandigheden bij eerdere veroordeling
De aanvrage tot herziening betrof een vonnis van de Politierechter te 's-Gravenhage van 9 april 2003, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor verduistering tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
De aanvrage stelde dat de verdachte eerder, bij vonnis van 24 juli 2002, reeds was veroordeeld voor verduistering over een periode die ook in het latere vonnis was bewezen verklaard. Hierdoor zou de vervolging in de latere zaak niet ontvankelijk moeten zijn verklaard wegens schending van art. 68 Sr Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheid niet nieuw was, aangezien uit het dossier bleek dat deze eerdere veroordeling ter terechtzitting aan de orde was geweest. Daarom was er geen sprake van een nieuwe feitelijke omstandigheid die herziening rechtvaardigt.
Op basis hiervan werd de aanvrage tot herziening afgewezen en bleef het oorspronkelijke vonnis in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af wegens het ontbreken van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.