ECLI:NL:HR:2010:BO0090
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof had een gevangenisstraf van twaalf jaar opgelegd. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor wat betreft de straf en tot vermindering daarvan.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase is overschreden. Dit volgt uit het feit dat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en dat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Als gevolg van deze termijnoverschrijding vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaar tot elf jaar en zes maanden. De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 7 december 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.