ECLI:NL:HR:2010:BN9218
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving oproepverplichting raadsman in hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een verstekvonnis van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij verdachte niet was verschenen in hoger beroep. De raadsman van verdachte had echter verklaard geen oproeping voor de zitting te hebben ontvangen. Hoewel het hof aanvankelijk aannam dat de raadsman op de hoogte was gesteld, bleek na de behandeling dat de griffier van het hof vernomen had dat de raadsman geen oproeping had ontvangen.
Het hof had daarom aanleiding moeten vinden om nader te onderzoeken of aan het voorschrift van artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafvordering was voldaan, dat vereist dat de raadsman tijdig wordt opgeroepen. Omdat van een dergelijk nader onderzoek geen sprake was, leidt dit tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en het daarop gebaseerde arrest.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof om opnieuw te worden berecht en afgedaan. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.