ECLI:NL:HR:2010:BN9204
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
Op 23 november 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatieprocedure betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het cassatieberoep was ingesteld door de betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 april 2009.
De betrokkene werd bijgestaan door mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, die een middel van cassatie indiende. De Advocaat-Generaal Machielse adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, geen nadere motivering noodzakelijk was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, samen met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in aanwezigheid van waarnemend griffier J.D.M. Hart.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.