ECLI:NL:HR:2010:BN8540

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03666
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie in geschil over elektriciteitsverbruik bij knoeien met kabel

In deze zaak stond de berekening van het elektriciteitsverbruik centraal, nadat was vastgesteld dat met de elektriciteitskabel was geknoeid, waardoor het verbruik niet direct kon worden vastgesteld. De zaak betrof een geschil tussen eiser, woonachtig op Aruba, en de elektriciteitsmaatschappij Elmar.

De procedure begon bij het gerecht in eerste aanleg van Aruba met vonnissen in 2005 en 2008, waarna het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba in 2009 een uitspraak deed. Tegen dit vonnis stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het cassatieberoep, waarbij de advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en uitgesproken door Hammerstein op 26 november 2010.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de berekening van het elektriciteitsverbruik bij knoeien met de kabel.

Uitspraak

26 november 2010
Eerste Kamer
09/03666
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende op Aruba,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh,
t e g e n
ELECTRICITEITMAATSCHAPPIJ ARUBA N.V.,
gevestigd te Oranjestad, Aruba,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Elmar.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1369/2004 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 26 oktober 2005 en 12 maart 2008,
b. het vonnis in de zaak AR-1369/04-H-496/08 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 16 juni 2009.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Elmar heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Elmar toegelicht door haar advocaat en door mr. E.C.M. Hurkens, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Elmar begroot op € 1.691,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken dor de de raadsheer A. Hammerstein op 26 november 2010.