ECLI:NL:HR:2010:BN8500

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02659 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.W. Ilsink
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek in zaak belaging zonder strafoplegging

De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvrager schuldig werd verklaard aan belaging, maar zonder oplegging van straf of maatregel. De Hoge Raad beoordeelde of nieuwe feiten of omstandigheden, die tijdens het oorspronkelijke proces niet bekend waren, een herziening konden rechtvaardigen.

De aanvrager stelde dat haar voormalige partner nooit officieel had laten weten dat hij geen contact meer wilde, waardoor zij niet wist dat zij zijn persoonlijke levenssfeer schond. De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheid niet het ernstige vermoeden wekt dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring of een lichtere straf zou hebben geleid.

Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 28 september 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens gebrek aan nieuwe feiten die tot een andere uitkomst zouden leiden.

Uitspraak

28 september 2010
Strafkamer
nr. 10/02659 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 februari 2009, nummer 23/000451-08, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, domicilie kiezende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 18 januari 2008 - de aanvraagster ter zake van "belaging" schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. De aanvraagster heeft in de aanvrage aangevoerd dat haar voormalige partner "nooit officieel, of via enig "aangetekend" schrijven of advocaat" heeft laten weten dat hij geen contact meer met haar wilde, zodat zij niet wist dat zij inbreuk maakte op zijn persoonlijke levenssfeer. Die omstandigheid kan evenwel niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor vermeld. Hieruit vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 28 september 2010.